Weten en meten

  • Columns

Het onderstaande materiaal verdient nadere studie. Ik heb nu gegevens over 72 verschillende landen in de vorm van tijdreeksen. (Het Jupyter Notebook is hier). De tijdreeksplots zien er divers uit. Zowel individueel als structureel.

Ze vormen de basis voor een nieuwe fase in mijn project: van observatie naar simulatie. Ik denk dat het voor de hand ligt om niet alleen te proberen om de natuurwetenschappelijke krachten van het virus verder in kaart te brengen, maar ook en tegelijkertijd de sociale krachten die bijdragen aan de bereidheid om beperkingen te aanvaarden en ernaar te handelen, en ook de economische krachten en mogelijkheden in kaart te brengen, en last but not least de bestuurlijke en institutionele krachten.

De plaatjes die bij die landen horen zijn interessant en moeilijk op het eerste gezicht te duiden. We moeten nader onderzoek verrichten. Misschien kunnen ze een rol spelen bij het kalibreren van speelgoedwerelden die de uitwerking van de mechanismen in hun gedragingen nabootsen. Maar nu eerst het overzicht.

Waarom?

Laat ik eens kijken naar hoe ik en vermoedelijk de meesten van ons de pandemie halverwege (wat een optimistische suggestie, halverwege, ik bedoel natuurlijk toen hij 25 weken onderweg was – nu zijn we bij week 50) in beeld kregen. Ik heb inmiddels het programmaatje (het is hier) zo aangepast dat ik de resultaten voor een willekeurige periode en voor een willekeurige selectie van jurisdicties kan weergeven. Eerst laat ik twee plaatjes zien, één voor wat we in week 25 (midden juni) konden zien en één voor nu, 22 december of week 52, kunnen tonen. In Fig. 1 staan die beelden (voor Nederland) naast elkaar.

De plaatjes in Fig. 1 laten zien hoe moeilijk het is om uit een beeld dat gaat over het verleden af te willen leiden wat er in de toekomst gaat gebeuren. Wie alleen het linker plaatje in focus heeft, heeft alleen vuistregels en gezond verstand om te kunnen schatten hoe de toekomst (in het rechter plaatje) er uit zal komen te zien. Dat geldt niet alleen na 25 weken. Dat geldt ook na 50 weken.

De tijdreeksen

Misschien helpt het om eens naar de rest van de wereld te kijken. Het gaat tenslotte om een pandemie. Ik geef een aantal overzichten met landenplaatjes. We kunnen inmiddels met enige zekerheid vaststellen dat beleid dat het gedrag van mensen beïnvloedt zijn uitwerking ook in de getallen laat zien. Ik geef die getallen in een per land gestandaardiseerde vorm: het aantal geregistreerde besmettingen per miljoen inwoners in een jurisdictie in tienduizendtallen en het aantal sterfgevallen geef ik per miljoen inwoners per jurisdictie.

De hoeveelheid plaatjes die ik laat zien is overweldigend. Ze volgen in 6 groepen van 12. Eerst uit het Amerikaanse continent, dan uit Afrika, en vervolgens uit Europa, uit het vanuit Nederland bezien nabije Oosten, uit het verre Oosten en uit een verzameling overblijvers.

De groepen beginnen met een gecombineerd overzicht van het de aantallen doden per miljoen inwoners zoals die zich hebben ontwikkeld gedurende de eerste 50 weken van de pandemie. Daarin kan worden afgelezen hoe de landen het globaal ten opzichte van elkaar hebben gedaan bij de bescherming van hun bevolking tegen COVID-overlijden. In de daarop volgende plotjes is meer detail te zien in over hoe per land de verhouding de aantallen geregistreerde besmettingen en overlijdens per dag zich per week ontwikkelt. (De weekgetallen voor overlijdens geven de daggemiddelden voor die week.) En dan nu het overzicht.

De Amerika’s

Voor de Amerikanse landen ziet het er uit dat er steeds meer sterfgevallen per besmetting zijn dan 1 op de honderd.

Afgezien van Paraguay, Uraguay en Venezuela (waar de aantallen een of twee ordes lager liggen) komt het aantal doden per miljoen inwoners in week 50 overal uit rond de negenhonderd.

Afrika

In alle Afrikaanse landen ligt het totale aantal doden per miljoen inwoners in week 50 onder de 100.

Met uitzonderring van Uganda en Eritrea zijn, net als in de Afrikaanse landen, in alle Afrikaanse landen de aantallen doden groter dan honderd maal het aantal besmettingen (mogelijk is het tij wat dit betreft in Nigeria en Uganda aan het keren). Eritrea is een bijzonderheid omdat daar helemaal geen COVID-doden lijken te zijn geregistreerd, wel besmettingen.

Europa

In Europa zijn de totale aantallen doden per miljoen inwoners in week 50 vrij gelijkmatig verspreid over een range van 300-1600.

Wat voor de Europese landen opvalt is dat ze alle een eerste golf hebben laten ontwikkelen, dat ze die hebben bedwongen met maatregelen, en dat in het spoor daarvan in de weken 25-35 de getallen laag waren. In die periode lijkt verzet tegen de maatregelen ontstaan en gegroeid. Vervolgens zijn een tweede COVID-19 golf en politieke spanningen opgeroepen die door onvrede en door ‘influencers‘ mede zijn aangejaagd.

Het nabije Oosten

De helft van de landen die ik onder het label ‘Levant +’ heb gerubriceerde hebben in week 50 een sterftecijfer per miljoen inwoners tussen (ruwweg) de 200-600. Dat zijn Iran, Iraq, Oman, Marokko, Libanon en Tunesië. Bij de overige landen (Pakistan, Afghanistan, Syrië, de Emiraten, Egypte en Algerije) blijven die getallen rond de 50.

In de Emiraten, Oman en Libanon zijn de aantallen geregistreerde besmettingen gedurende meerdere weken hoger dan honderd maal het aantal sterfgevallen.

Het verre Oosten

Alle landen in deze groep (met uitzondering van de Philippijnen en Myanmar) hebben in week 50 een sterftecijfer per miljoen dat lager is dan 50. In alle landen uit deze groep lijkt het beleid gericht op uitbanning van en controle over het virus.

In een paar van deze landen staat de controle onder druk: in Myanmar, Maleisië, de Philippijnen, Japan en Zuid-Korea zijn de dagelijkse aantallen doden langdurig aan de hoge kant of vertonen ze een exponentiële groei, zij het met (nog) heel lage getallen.

De buitenbeentjes

In de groep buitenbeentjes heb ik die landen ondergebracht die ik niet goed in een groep kon onderbrengen. De plaatjes die bij die landen horen zijn interessant en moeilijk op het eerste gezicht te duiden. We moeten nader onderzoek verrichten. Misschoen kunnen ze een rol spelen bij het calibreren van speelgoedwerelden die de uitwerking van de mechanismen in hun gedragingen nabootsen.

Afronding

Het hierboven gegeven materiaal verdient het nader te worden bestudeerd. Ik denk dat het voor de hand ligt om niet alleen te proberen om de natuurwetenschappelijke krachten van het virus verder in kaart te brengen, maar ook de sociale krachten die bijdragen aan de bereidheid om beperkingen te aanvaarden en ernaar te handelen, en ook de economische krachten en mogelijkheden in kaart te brengen, en de last but not least bestuurlijke en institutionele.