Waarom we haten

  • motto

Gisteren zag ik delen I & II van de tv-serie Why We Hate. Het is een documentaire televisieserie die een ‘verkenning van de menselijke toestand van haat […]’ laat zien, geregisseerd door Geeta Gandbhir en Sam Pollard. De serie gaat over de dynamiek van collectieve haat en toont een mix van wetenschap en journalistiek.

Dit zijn twee beroepen die van nature gezichtsverlies lijden in populistische facties. Populistische facties die bescherming zoeken tegen endemische risico’s kunnen wel eens een noodzakelijke voorwaarde zijn voor het ontstaan van collectieve haat. Dus degenen die geloven dat wetenschap en journalistiek nodig zijn om hun institutionele structuren te laten overleven, voelen zich geneigd om populistische facties te haten. Zozeer zelfs dat ze ze zelf beginnen. Als ze dat doen, betreden we een wereld van waanzin waarin wetenschappelijke en journalistieke facties afstand nemen van hun eigen fundamentele waarden.

Ik leef in een tijd die het vermogen nodig heeft om speelgoedwerelden te bouwen die de dynamiek van dergelijke waanzinwerelden kunnen simuleren, dacht ik, en ging naar bed.

Ik werd wakker met een idee. Als Gazzaniga gelijk heeft in dat ons bewuste denken het resultaat is van een hele reeks afzonderlijke soorten verhalen die gelijktijdig strijden om dominantie en die dominanter kunnen worden door een geschiedenis van eerder geselecteerd worden, dan zou dit de basis kunnen zijn van een model hoe overtuigingen (of facties in ons denken) tot stand komen.

Wat ik nog nodig heb is een mechanisme dat de selectie uitvoert.