Droom- en Traditiedenken?

  • opinie

Vandaag twee lezingen van historicus Timothy Snyder bekeken op YouTube. Hij durft. Ziet grote verbanden. De strook gronds tussen Rusland en Duitsland als eenheid, niet in de termen van natiestatelijkheid maar wel als een politiek-historische eenheid van belang. En de hedendaagse politieke geschiedenis van Rusand, Europa en de VS, niet in termen van Marxisme, rechtsstatelijkheid en/of neoliberalisme, maar in termen van onvermijdelijkheid– en/of eeuwigheid-denken. Hij wijdt een heel boek aan het ontwikkelen en hanteren van die begrippen als politiek-historische analyse-instrumenten, maar dat is te moeilijk voor mij om bruikbaar te zijn bij het ontwerpen van operationele speelgoedwerelden anders dan als basis om er een eigen interpretatie aan te ontlenen. Ik geef toch een paar citaten om die basis handen en voeten te geven:

Americans and Europeans were guided through the new century by a tale about “the end of history,” by what I will call the politics of inevitability, a sense that the future is just more of the present, that the laws of progress are known, that there are no alternatives, and therefore nothing really to be done. In the American capitalist version of this story, nature brought the market, which brought democracy, which brought happiness. In the European version, history brought the nation, which learned from war that peace was good, and hence chose integration and prosperity. Before the collapse of the Soviet Union in 1991, communism had its own politics of inevitability: nature permits technology; technology brings social change; social change causes revolution; revolution enacts utopia. When this turned out not to be true, the European and American politicians of inevitability were triumphant. Europeans busied themselves completing the creation of the European Union in 1992. Americans reasoned that the failure of the communist story confirmed the truth of the capitalist one. Americans and Europeans kept telling themselves their tales of inevitability for a quarter century after the end of communism, and so raised a millennial generation without history.

Met andere woorden, wat Snyder onvermijdelijkheidsdenken noemt valt samen met het denken in termen van breed gedeelde politieke ideeën over hoe het moet. Misschien is ‘heilsdenken’ in het Nederlands meer in de richting van wat Snyder bedoelt dan dan mijn letterlijke vertaling. Maar dat doet dan weer tekort aan het element van feitelijk toetsbare zekerheid dat aan politiek onvermijdelijkheidsdenken verbonden is. Onvemijdelijkheidsdenkers (ik geef in het spoor van de politieke successen van communistische, rechtsstatelijke en vrije marktnarratieven de voorkeur aan droomdenkers) kunnen het tenminste mis hebben.

Over eeuwigheid-denken zegt Snyder het volgende:

The collapse of the politics of inevitability ushers in another experience of time: the politics of eternity. Whereas inevitability promises a better future for everyone, eternity places one nation at the center of a cyclical story of victimhood. Time is no longer a line into the future, but a circle that endlessly returns the same threats from the past. Within inevitability, no one is responsible because we all know that the details will sort themselves out for the better; within eternity, no one is responsible because we all know that the enemy is coming no matter what we do. Eternity politicians spread the conviction that government cannot aid society as a whole, but can only guard against threats. Progress gives way to doom. In power, eternity politicians manufacture crisis and manipulate the resultant emotion. To distract from their inability or unwillingness to reform, eternity politicians instruct their citizens to experience elation and outrage at short intervals, drowning the future in the present. In foreign policy, eternity politicians belittle and undo the achievements of countries that might seem like models to their own citizens. Using technology to transmit political fiction, both at home and abroad, eternity politicians deny truth and seek to reduce life to spectacle and feeling.

Eeuwigheid-denkers zijn dan (als ik het goed begrijp) conservatief in de zin dat hun politieke overtuiging de veiligheid/autonomie van de burgers in de (hun eigen) natiestaat centraal plaatst en hem daarmee niet alleen als continuering van een oeroude (zij het niet bestaande) geschiedenis positioneert, maar hem ook als potentieel slachtoffer van externe machten afschildert. De politieke elite manipuleert de burgers. De elite hanteert uitspraken die de emoties van burgers in snelle opeenvolging oproepen – van woede naar vervoering en weer terug. De werkelijkheid wordt waan, en andersom. Als politieke eeuwigheid-denkers al een ideaal hebben is dat het ideaal van behoud van macht. Ik geef in het spoor van de successen van de eeuwigheid-denkende machthebbers die daarbij communistische, rechtsstatelijke en vrije marktnarratieven hanteren de voorkeur aan traditiedenkers). Traditiedenkers kunnen het niet mis hebben (ze talen niet naar waarheid) maar wel oplopen tegen revoluties en/of overlijden.

Het analyseren van sociale processen in termen van traditiedenkers en droomdenkers kan ook mogelijkheden bieden buiten de politiek. Bijvoorbeeld bij het begrijpen waarom en hoe bedrijven als IBM, MicroSoft, Apple, Google, Facebook en Twitter op de schouders staan van droomdenkers en inmiddels zijn of worden overgenomen door traditiedenkers. Maar daarover een andere keer.