Op hoop van zegen

  • log

Een jaar geleden ben ik aan de blog begonnen in de hoop beter zicht te krijgen op COVID. Voor mezelf. Om mijn houding te kunnen bepalen. Dat is moeilijk. Overal duiken deskundigen op die om een plek in de media vechten en ons vertellen hoe het moet en wat de anderen verkeerd doen terwijl een kind kan zien dat we, om dat te kunnen doen te weinig weten en, als het om afspraken gaat te weinig naar elkaar luisteren.

Het is vreemd. Maar als je op zoek bent naar wat je zelf, individueel, het beste kunt doen in een pandemie die wordt veroorzaakt door een nieuw virus doe je in aanleg hetzelfde als al die deskundigen. Proberen te begrijpen hoe het zit en jezelf aanbevelen wat je het beste kunt doen. Dat moet wel als je niet willoos wilt meedrijven met de publieke opinie. Maar wat niet hoeft is jou vertellen wat ik vind dat jij moet doen.

Dat betekent weer niet dat ik mijn bedenksels geheim houd. Maar wel dat wat ik bedenk en bericht geen aanbeveling of opdracht is. Trouwens, wat kan zo’n bericht zijn, vandaag, op 12 februari 2021?

Allereerst dat ik maar weinig precies en zeker weet over hoe COVID-19 toeslaat en verder zal toeslaan. Als 75-jarige die teveel weegt weet ik dat ik tot de kwetsbaren behoor. En ook dat het afstand houden en het beperken van het aantal contacten helpt om de aantallen besmettingen en doden terug te dringen. En dat er in december 2020 vaccins ter beschikking kwamen, ongeveer op hetzelfde moment dat er in Engeland en Zuid-Afrika levensvatbare mutaties van het virus werden opgemerkt die niet al te zeer lijken af te wijken: iets besmettelijker en mogelijk iets minder gevoelig voor de vaccins. Vandaag is er op het nieuws weer een nieuwe variant, een Braziliaanse die nog geheimzinnig is en dus gevaarlijker kan blijken. Ik laat de besmetting- en sterftecijfers tot nu toe voor Nederland zien in fig. 1 en, als aanvulling, voor Engeland, Zuid-Afrika, Brazilië en Nieuw Zeeland in fig. 2.

Voorspellen

Er staan vier verticalen in Fig. 1, bij 3 april, 3 juli, 2 oktober en 31 december. Ik haal me voor de geest wat ik van COVID in Nederland wist en dacht op die vier dagen. Ik verbeeld me dat bij elke verticaal het rechterdeel van de figuur een witte vlek is. Elke keer kan ik zo naar het verleden kijken en proberen voor mezelf te schetsen wat er na zo’n moment zou gaan gebeuren zonder dat al te zien. Op die momenten hield de grafiek op bij de betreffende verticale lijn. De toekomst moest ik zien in te vullen aan de hand van wat ik wist of kon weten, niet alleen van het virus, maar ook van hoe er door de mensen op werd gereageerd.

Fig. 1 COVID-19 in the Netherlands

Op 3 april zie ik de paniek die wordt veroorzaakt door de exponentieel oplopende aantallen sterfgevallen en hoop ik dat de twee weken daarvoor genomen maatregelen zullen gaan werken. Verwacht dat ook gelet op de ervaringen in China.

Op 7 juli denk ik dat we het ergste gehad hebben en ben ervan overtuigd dat we met ons gedrag het virus onder controle kunnen krijgen en houden, en dat we het goeddeels ook daadwerkelijk onder controle hebben. Ik heb twijfels over een anticyclische beleidsaanpak omdat daarbij ervan wordt uitgegaan dat er breed begrip en besef is van wat exponentiële verspreiding inhoudt terwijl daarvan geen spoor te merken is in de normatieve debatten.

Op 2 oktober heb ik in de gaten hoe moeilijk het in feite is om de discipline die nodig is voor effectief anticyclisch beleid te realiseren en verwacht in de nabije toekomst opnieuw een al dan niet intelligente lock-down.

Op 31 december is die lock-down er en krimpt het aantal besmettingen weer terwijl de aantallen doden nog groeien. Ik ben bezorgd om de combinatie van het oprukken van de nieuwe Engelse variant, de mogelijkheid van voortdurend opduikende mutaties, de vraag of de bestaande vaccins daartegen zijn opgewassen, en zo ja of ze op tijd beschikbaar zullen zijn en zullen worden geaccepteerd.

In fig. 2 laat ik ter vergelijking de COVID-19 silhouetten van vier landen zien. Getallen zijn geharmoniseerd per miljoen inwoners. De zwarte lijn geeft weer de doden per dag en de rode de geregistreerde besmettingen gedeeld door 33. Wie dezelfde lezing van deze grafiekjes probeert als bij fig. 1 ziet dat Duitsland en Nieuw Zeeland ongeveer gelijktijdig met Nederland door het virus werden overvallen en een eerste golf beleefden. Opmerkelijk zijn de verschillen in geharmoniseerde aantallen: Nederland, Duitsland en Nieuw Zeeland hebben in de piek van hun eerste golf respectievelijk 90, 30 en 3 doden per 10 miljoen inwoners per dag. In Nieuw Zeeland is de pandemie onmiddellijk met strenge maatregelen onder controle gebracht en wordt nu, nadat de samenleving daar weer is geopend, nauwkeurig gevolgd en waar nodig weer in lock-down gebracht (zoals vandaag in Auckland na de vondst van drie besmettingen).

Hoe verder?

Het aantal geregistreerde besmettingen is geen erg betrouwbare indicatie voor het werkelijke aantal. En de structuren van de grafiekjes laten evenmin stevige inzichten toe. Het meeste houvast komt nog uit de wiskunde die rond epidemieën is ontwikkeld: de zogenoemde SIR-gerelateerde modellen. In die modellen grijpt de pandemie exponentieel om zich heen zolang er voldoende potentiële slachtoffers zijn die nog niet immuun zijn. Daarna dooft de pandemie uit met het afnemen van deze aantallen. Immuniteit kan ontstaan door eerdere besmetting of gevaccineerd zijn. Met SIR-gerelateerde modellen kunnen kengetallen van hoe het virus uitwerkt worden gemeten, ervan uitgaande dat het virus stabiel is en niet muteert en bovendien dat die getallen meetbaar zijn (bijvoorbeeld waar het gaat om niet-symptomatische besmettingen).

Een andere benadering probeert de curves van deze wiskunde te beïnvloeden door maatregelen die contact-besmettingen beteugelen. Met de aanzienlijke sterftecijfers die gedurende de eerste golf werden opgemerkt is daarvoor gekozen. Soms halfslachtig (als in Nederland, Zuid Afrika en Duitsland), soms rigoureus (als in Nieuw Zeeland), soms ook niet of met tegenzin als in Brazilië.

Het opduiken van nieuwe levensvatbare mutaties in Engeland, Brazilië en Zuid Afrika is overigens opmerkelijk goed in overeenstemming met het evolutionair-biologische vermoeden dat de grootste kans op het ontstaan van nieuwe levensvatbare mutaties überhaupt groter is daar waar veel virus-reproductie aan de hand is.

Het is duidelijk dat er verschillen van aanpak zijn in verschillende landen. Ook is het verdedigbaar dat een anticyclische benadering eigenlijk alleen werkt bij grote opmerkzaamheid en onmiddellijk streng ingrijpen bij het allereerste begin van een uitbraak. Inmiddels is het ook verdedigbaar dat die aanpak niet overal aanvaardbaar wordt geacht. En daarbij komt dan nog het opduiken van uiteenlopende complottheorieën die aanzetten tot afwijzen van maatregelen en/of vaccins of zelfs van de wetenschap tout court.

Het geheel te begrijpen wordt zo een kwestie van het beteugelen van gemengde virologisch-sociaal-juridisch-economische complexiteit. Met dat besef ga ik getroost over naar de tweede fase van mijn project. Ik had dat immers verwacht.