Nescio, zijn wandelingen en Bert Verhoeff

  • opinie

Nescio’s Natuurdagboek is bestemd voor hemzelf. Een logboek. Van tijden en plaatsen van trips naar waar wie benen en ogen heeft beelden kan oogsten. En terug. Trefwoorden die voor hem genoeg waren, als “Eerst nog: op de Brink op een bank en gekeken door het jonge groen naar de stippen witte lucht in de hoogte, fascinerend.”

Hij hield het bij vanaf 13 februari 1946. Na de hongerwinter in Amsterdam en aan het begin van zijn pensioen. Zulke trips hebben meer functies dan het aanleggen van een verzameling beelden. Ze kosten tijd en ze geven een zin aan het bestaan die recht doet aan zijn unieke talent in een tijd waarin hij onder de beschikbare tijd wordt bedolven, qua pensionering, en waaronder hij bezwijken zou als hij daarvan geen groot deel individueel zou besteden. Zijn vrouw wist wie hij was en nam genoegen met het deel dat beschikbaar bleef – ze nam veelvuldig deel. En: ze had unieke talenten van zichzelf die hun eigen ruimte vereisten.

Bert Verhoeff maakt foto’s. Hij stelde een boek samen met beelden uit Natuurdagboekbestemmingen, maar dan 50 jaar later en noemde het De boomgaard der gelukzaligen. Het staat vol met foto’s die Nescio zouden hebben gekwetst omdat ze laten zien hoezeer de plaatsen waar ‘zijn’ beelden zouden kunnen worden herbeleefd zijn bedorven.

Ik kan de titel van het boek niet begrijpen. Tenzij die refereert aan het vermogen om een beeld als een geheel te zien en te onthouden als bron van vreugde. Ik vind in de voorzijde van Verhoeff’s omslagfoto een voorbeeld:

De helft van Verhoeff’s omslagfoto: Amersfoort – Kattenbroek

Het beeld roept in mij de beeldenverzamelaar wakker. Het zou me verbazen als Nescio het niet ook aan zijn voorraad zou hebben toegevoegd als hij het zou hebben kunnen zien – los van zijn weerzin tegen nieuwbouw.

Het zou zelfs hebben kunnen helpen bij het onder ogen zien van de eeuwige herhalingen die de bouwstenen van ons bestaan waren, zijn en blijven. Eeuwige herhalingen die hem drukten en waar zijn gevoel voor humor niet altijd tegenop kon.