Moraliteit

  • opinie

Meneer Knoop had in 2001 een stuk van Nietzsche uit 1873 gelezen, On Truth and Lie in an Extra-Moral Sense. Het laat zien dat elke vorm van talige beschrijving de werkelijkheid tekort doet en vervormt, en dat we de neiging hebben om dat te verdoezelen. Hij vond het een verpletterend goed stuk en bezocht in 2018 een lezing over Nietzsche in een plaatselijke culturele kring. Daarbij kwam het voor Nietzsche belangrijke begrippenpaar Apollonisch-Dionysisch ter sprake (en ook de aanknopingspunten die daarin gevonden worden door alt-right achtige politieke verhalen).

In 2020 had hij in een discussie ‘Dionysisch’ paraat, maar was hij kwijt wat daar ook weer bij hoorde. Hij stelde Google een vraag en stuitte op Albert Szent-Györgyi. In 1972 schreef deze een brief over hoe hij dacht over waarom de samenleving behoefte heeft aan zowel Apollonische als Dionysiche wetenschappers. “In science the Apollonian tends to develop established lines to perfection, while the Dionysian rather relies on intuition and is more likely to open new, unexpected alleys for research.” Hij had voor onderzoek rond vitamine C en de Krebs-cyclus in 1937 een nobelprijs ontvangen. In 1972 was hij 79 jaar.

Meneer Knoop was toen 26, getrouwd, tweede kind op komst, studeerde in dat jaar af in de rechtswetenschap, drie jaar in dienst als programmeur bij de sociale faculteit van de universiteit Utrecht. Zijn baas was meneer Uphoff, die zich dagelijks aan het begin van de werkdag opsloot op zijn kantoor en zich onttrok aan de rest van de wereld achter een vrouwelijke verdedigingslinie — aanvankelijk een overbeschermende en tanige chemica, later een jonge ongehuwde moeder die onwaarschijnlijk korte rokjes droeg.

Meneer Knoop was, als jurist-computerprogrammeur anno 1972, in Nederland, niet in een positie die een Apollonische aanpak toestond. Er waren geen gevestigde paden die konden worden ontwikkeld tot ze volmaakt waren. Alles moest nog worden uitgevonden. Meneer Knoop werd dan ook onvermijdelijk Dionysisch.

Wat betekent dat, Dionysisch zijn tegen wil en dank? Dat je durft luisteren naar wat je intuïtie je ingeeft.

Daarbij is van belang welke de betreden paden zijn van de moraliteit die de onderbuik (die soms moeilijk kan worden onderscheiden van intuïtie) daarbij aan Apollonische banden legt. Voor meneer Uphoff was dat problematisch, zoals zijn dochter anno 2019 in een misbruikroman (Vallen is als vliegen) uit de doeken deed.

Meneer Knoop had het makkelijker. Hij had geen impulsen vanuit de onderbuik die in strijd waren met het recht of de moraal. Hij kreeg van zijn baas alle tijd om paden te vinden waarlangs principal component analyses konden worden geprogrammeerd voor computers, eerst de Electrologica X8, later de CDC 6600/7600. Dat werk werd destijds wetenschappelijk gevonden. En anno 1972 was in de Nederlandse wetenschap de Dionysische aanpak algemeen aanvaard als superieur boven de wie betaalt bepaalt regel, die toen nog incoherent werd gevonden.