Kennis en kunst

Vreemd, dacht hij. De COVID-19 dreiging had hij als een soort spel nagebouwd in uitgeklede vorm. De bezigheid had de gedachten afgeleid. Maar de uitkomsten waren niet bemoedigend. Om die beter te maken kon hij laten zien hoe het prutsen aan algorithm 0 verbetering zou brengen. Maar dat moest dan wel zodanig, dat het spel met spelers, bord en regels en al kon worden vertaald naar geloofwaardige combinaties van wetenschap (het spel) en gedrag (kunst). Die zorg is een wetenschappelijke, en hij was even wetenschapsmoe.

Liever hield hij het nu bij zijn kennismaking met Zbigniew Herbert die in Engelse vertaling een beschouwing had afgescheiden die The Barbarian in the Garden heet en over zijn bezoek aan de grotten van Lascaux gaat. In 1959. Het betoog vertrekt uit Montignac na een ontbijt: een omelet met truffel. Misschien genoot hij dat ontbijt in hetzelfde hotel-restaurant waar hij en zijn vrouw onwillekeurig belandden in 1970, op huwelijksreis. Onderweg naar hun bestemming in de Dordogne waren ze getroffen door dichte mist. Zo dicht dat ze niet beter konden dan de achterlichten van een ander te volgen tot ze in een stadje kwamen dat een hotel had. De baas was eerst onwillig nog een maaltijd te verstrekken, het was inmiddels 10 uur ‘s avonds, maar bewilligde alsnog in het verstrekken van een diner en een slaapplaats. Ze dachten na stille drang van de bazin, die meeleefde. Een schitterend mahoniehouten bed met hemelse pretenties. De volgende morgen bleek het plaatsje Montignac te heten en was iedereen verbaasd dat ze niet naar Lascaux op zoek waren. Maar Zbigniew ging wel en schreef er een schitterende verhandeling over die uitmondde in een besef: het door de kunst van de grotten via een keten van generaties verbonden zijn met wie ze rond 30.000 jaren eerder had gemaakt. Hij denkt dat die kunst van 30.000 jaar geleden net als die van nu een resultaat is van de behoefte om verhalen te vertellen die spelenderwijs nabootsen wat, in de gedachten van de maker, in de werkelijkheid gaande is. Kunst en wetenschap zijn innig verbonden.

Zbigniew kan schrijven. Hij is een kunstenaar. Maar Georges Bataille verdient in dit verband ook vermelding. Hij publiceerde in 1955 een boekje over de kunst in Lascaux. Het lijkt erop dat Herbert daar in 1959 qua inhoud en qua vorm vergaand uit heeft geput.