Hoe Biden kan verliezen en Trump kan winnen

Gisteren, het was vrijdag 21 augustus van het jaar 2020, keek ik naar het interview op CNN van Mike Pence, door John Berman. Pence greep elke vraag van Berman aan als hint – niet voor het beantwoorden ervan, maar als aanleiding voor propaganda, gepresenteerd op een manier waar Berman niet tussen kwam. Berman was de regie volledig kwijt. Hij zag eruit als een loser. Ik vermoed dat hij daarmee geen dienst bewees aan de campagne van Biden. Amerikaanse kiezers houden niet van losers, denk ik.

Berman stelde vragen over de kwaliteit van een federaal beleid dat tot meer dan 170.000 Amerikaanse COVID-19 doden leidde. Pence slaagde er niet alleen in ze onbeantwoord te laten. Hij gebruikte het woord dat hem was verleend om die aantallen te presenteren als een beleidssucces van Trump.

Hij kon dat alleen doen door de interviewer met zijn kanttekeningen in het gesprek totaal te negeren tot hij zijn eigen boodschap had overgebracht. Wie een voorkeur heeft voor een inhoudelijke gedachtewisseling boven propaganda-riedels en tenenkrommend slechte debatingmanieren kon de wens voelen opkomen dat Berman een knop had om de microfoon van Pence uit te zetten, zodra die het contact verbrak om op de eigen stokpaarden door te denderen.

Het voordeel van een dergelijke opzet zou zijn dat de wereld te klein zou worden, met referentie naar en mogelijk zelfs juridische procedures over onrechtmatige beknotting van het allerbelangrijkste grondrecht, de vrijheid van meningsuiting van Pence door Berman. Dat zou het debat brengen naar het onderwerp waar het eigenlijk over gaat in deze campagne: of de vrijheid van meningsuiting door machthebbers mag worden gebruikt om hen vrij baan te geven om het voetlicht dat hen ambtshalve toekomt te ge/misbruiken voor propagandadoeleinden.

In zo’n debat zouden de democraten hun argumenten kunnen baseren op de doctrine die Robert Post ontwikkelde en die hen de ruimte geeft om in ieder geval hun tanden te laten zien in het debat. En als Pence onder die omstandigheden geen interviews wil geven, kan hij worden gekarakteriseerd als een propagandarobot die het debat uit de weg gaat.

Een dergelijke benadering vermijdt het beschaafde verliezersimago dat Berman en Biden lijken te verkiezen. Als beschaafde debatmanieren mainstream blijven voor de Democraten tegen Trump’s geavanceerde neuropubliciteitstechnieken, zie ik Biden verliezen. Is de strijd om het Amerikaanse presidentschap echt toevertrouwd aan beschaafde verliezers en routineuze pestkoppen? Ik hoop op Harris.

En ja, de VS doen het slecht in de COVID-19 vergelijking. Als dat een kernpunt van de campagne is kan het laten wegkomen over propagandistische zijpaden dodelijk zijn. Elders stelde ik voor die vergelijking af te stemmen op wat in de economie gebruikelijk is. Zo is het gemiddelde inkomen in termen van een gedeelte van het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking een aanvaarde standaard. Iets soortgelijks kun je doen met een andere waarde: het nationale aantal dodelijke coronavirus-slachtoffers per hoofd van de bevolking. Niet het BNP maar het BND. Dat wordt een heel klein getal. Je kunt het dan ook beter vertalen in het aantal corona-doden per miljoen inwoners van een land. Ik noem dat het BND-getal.

Bij een vergelijking met het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland, China en Braziliƫ doet alleen het Verenigd Koninkrijk het slechter dan de VS (die overigens op het punt staan te worden ingehaald door Braziliƫ.)

Wat minstens even belangrijk is, de Amerikaans en de Braziliaanse BND-getallen zijn nog steeds in beweging en worden al maar slechter. Dat ligt aan de politieke aanpak. De dynamiek lijkt zich nu in de VS te stabiliseren rond 1000 doden per dag. Dan gaat het inhalen van het Verenigd Koninkrijk snel. Zie Fig. 1 voor het verloop van de BND-getallen tot aan 22 augustus.

Fig. 1 De ontwikkeling van zeven COVID-19-gerelateerde BND-getallen

Het is me een raadsel hoe dit beeld kan worden vertaald naar een succesvolle bestuurlijke aanpak van COVID-19 in de VS.