Het modelleren van de “Natuurlijke Toestand”

  • motto

Leviathan van Hobbes is geschreven in losse paragrafen. Hoofdstukken XIII (van de natuurlijke toestand van de mensheid, wat betreft hun geluk en ellende) & XIV (van de eerste en tweede natuurwetten en van contracten) hebben alle informatie die nodig is om die natuurlijke toestand te modelleren in een agent-gebaseerd systeem dat het gedrag dat Hobbes voorschrijft nabootst en daarmee of wel of niet een toestand laat zien die kan dienen als demonstratie van wat Hobbes stipuleerde. Meneer Knoop loopt door hoofdstuk XIII en noteert aanknopingspunten voor het maken van een model:

  1. Gelijke mogelijkheden van individuen om een belang (levensbehoefte) te claimen ondanks individuele verschillen in kracht en intellect die worden opgeheven door het kunnen inzetten van (geheime) trucs en van coalities met wie in vergelijkbare situaties verkeren. Ongelijkheid qua mogelijkheden om op basis van wetenschappelijke kennis te handelen (op basis van algemene onfeilbare regels) bestaat maar wordt tenietgedaan door een belangrijker vorm van gelijkheid: de voorzichtigheid — die weer teniet kan worden gedaan door een andere vorm van gelijkheid, de universele menselijke eigenschap om de eigen wijsheid bij het maken van gedragskeuzen te overschatten. (XIII: “Nature has made men so equal”)
  2. Uit gelijkheid van mogelijkheden groeit de gelijkheid van verwachtingen en hoop op het verwezenlijken van levensbehoeften. Daarom worden individuen die hetzelfde ding behoeven elkaars vijanden, die elkaar beogen uit de weg ruimen of opzij te zetten. Als gevolg daarvan zal een succesvol individu moeten leven in de vrees dat hij uit zijn positie zal worden verdreven door samenwerkende verliezers. En dan is de winnaar opnieuw gelijkgemaakt in het koesteren van angst voor de ander. (XIII: From equality proceeds diffidence)
  3. Er is geen betere manier om die angst te bestrijden dan door beheersing van de ander of zoveel mogelijk anderen totdat er geen bedreigende anderen meer in zicht zijn. Daarom is het streven naar macht over anderen legitiem. (XIII: From diffidence war)
  4. En daarom verdragen mensen alleen elkaars gezelschap als er een macht is over hen allen. Anders is er een toestand van oorlog tussen elk en iedereen. (XIII: From diffidence war)
  5. In de menselijke natuur vonden we drie belangrijke oorzaken voor jalousie. Ten eerste mededinging; ten tweede angst voor geweld; ten derde status. De eerste zet mensen aan tot het maken van inbreuken jegens anderen voor geld, de tweede voor veiligheid en de derde voor reputatie. De eerste gebruikt geweld om zichzelf tot heersers over de mensen, vrouwen, kinderen en vee van anderen te maken; de tweede gebruikt geweld om ze te beschermen; de derde gebruikt geweld dat kan worden getriggerd door signalen als een woord, een glimlach, een afwijkende mening of enig ander teken van onderwaardering, direct over zijn persoon of bemiddeld via zijn familie, vrienden, land, beroep of naam. (XIII: From diffidence war)
  6. Zonder soeverein leeft de mens in de natuurlijke toestand (dat is: de oorlog van elk tegen iedereen of in het verwachten ervan), een toestand van angst, die een tijdsduur van verwachtingen kent, zoals het weer. (XIII: Out of civil states)
  7. Door de toestand van oorlog tussen elk en iedereen wordt het leven van de mens eenzaam, arm, akelig, bruut en kort. (XIII: The incommodites of such a war)
  8. De levensbehoeften en andere passies van de mens zijn in zichzelf geen ondeugd. En ook door passies gedreven handelen is dat niet, voordat er niet alleen een wet is die ze verbiedt maar ook een overeenkomst bestaat waarin degene is aangewezen die wetten kan maken. (XIII: The incommodites of such a war)
  9. Er zijn talloze gebieden waarin mensen leven in de natuurlijke toestand. (XIII: The incommodites of such a war)
  10. Soevereine autoriteiten (“kings“) van staten zijn, vanwege hun onafhankelijkhe posities, continu jaloers op elkaar en dus in een soort van natuurlijke toestand waarbij ze elkaar bespioneren en zichzelf bewapenen, maar deze activiteiten leiden binnen staten niet tot de natuurlijke toestand omdat die voorbereidingen voor bedrijvigheid binnen staten zorgen. (XIII: The incommodites of such a war)

Welk beeld roept deze samenvatting van Hoofdstuk XIII van de Leviathan van Hobbes op als we proberen er een speelgoedversie van te bouwen? Dit vroeg Knoop zich af. Welke (soorten van) toestanden, landen, gebieden, onderdelen, spelers, gevoelens, functies, transacties, rekwisieten, periodieke indelingen zijn nodig? Hoe zullen de overgangen van toestanden van vrede van en naar toestanden van oorlog en van en naar de natuurlijke toestand er op een beeldscherm uitzien?

Wordt vervolgd.

PS De Leviathan van Hobbes is al meer dan drie-en-een-halve eeuw voorwerp van politiek-juridisch wetenschappelijk debat. Meneer Knoop was eens bij een sessie over Hobbes in een internationale conferentie over rechtsfilosofie in Frankfurt. Het ging daarbij vooral over een soort exegese, over wat Hobbes had (kon hebben) bedoeld met de een of andere frasering en wat niet. Op deze manier komen we niet veel verder met de rechtswetenschap realiseerde Knoop zich. Met het willen begrijpen van Leviathan als een soort heilige schrift betreden we het terrein van de religie en verlaten we de wetenschap. Wetenschappelijk gezien zou de Leviathan een aanzet hebben kunnen zijn voor een multidisciplinair onderzoeksprogramma. In die ambitie past de instrumentele interpretatie die hier ten behoeve van een simulatie werd gegeven en die zonder twijfel op elke denkbare teen van gedreven Hobbes interpreten staat. Soit.

Tags: