Een COVID-19 tussenrapport (3): R0-verschillen per land

  • motto

Toen (in maart – mei) we nog in paniek waren en de intelligente lock-down was afgekondigd ging ik op zoek naar vastigheid, naar een beter beeld van de situatie. In februari en maart 2020 kreeg COVID-19 voet aan de grond in onze wereld, letterlijk overal.

Uit de media leidde ik af dat het virus heel besmettelijk is, dat het meereist met zijn dragers over de hele wereld en dat het wordt gekenmerkt door lokale uitbraken van variabele omvang.

(Om verder te komen heb ik aforismen nodig die zich laten toetsen. Aforismen vat ik op als bondige, beredeneerbare en met behulp van gezond verstand begrijpelijke stellingen, of, deftiger nog, als hypothesen c.q. theorema’s.)

3. R0-verschillen per land

COVID-19 leidt veelal tot griepachtige symptomen die zich regelmatig ontwikkelen tot ernstige en soms dodelijke vormen van longontsteking. Uitgaande van de eerste twee voorlopige conclusies verdedig ik dat de uitwerking van het virus op een populatie afhangt van hoe elementen uit de handelingsrepertoires van virions en mensen op elkaar inwerken, onderling en over en weer.

Dat leidde tot mijn eerste COVID-19 aforisme:

Aforisme I – Totdat beleid in een jurisdictie is vastgesteld verloopt de eerste COVID-19 verspreiding daar exponentieel, pas daarna wordt de invloed van de maatregelen zichtbaar.

Kan ik die bewering toetsen? Misschien. Ik heb (met computerondersteuning) gezocht naar de R0-waarden voor 9 landen, zodanig dat ze samenvallen met het begin van de curve met geregistreerde COVID-19 doden. Ik kon zo de week bepalen waarin de curve met geregistreerde doden gaat afwijken van de hockeystick — de week waarin de observaties af gaan wijken van het verwachte aantal (het exponentiële model). Pas daarna kan ik bezien of dat moment nauw volgt op het vaststellen van beleid. Wanneer me dat niet lukt is aforisme I onwaar.

In Fig. 1 geeft een overzicht van zulke aforisme-I grafiekjes voor 9 landen.

Kijkend naar Fig. 1 denk ik dat het gelukt is om R0-modelwaarden te vinden voor alle negen landen, R0-waarden die voldoen aan de eerste eis, van het aanvankelijk samenvallen met de geobserveerde aantallen COVID-doden.

(Hierbij beginnen de grafiekjes in de week waarin de eerste COVID-dode is geregistreerd. Dat houdt in de het begin van het R0-model iets eerder kan liggen. Voorts zij vermeld dat de horizontale lijnen aangeven bij hoeveel geregistreerde COVID-doden het vooronderstelde beleid zichtbaar begint te worden. Die aantallen zijn gelijk aan 1/3 van de links-boven aangegeven waarden.)

In alle grafiekjes is een week aan te wijzen waarin ik de gezochte afwijking kan plaatsen. Die week is in elk grafiekje aangegeven met een verticale lijn. Opmerking verdient dat de R0-waarden per jurisdictie verschillen. Daarover later. Eerst bekijk ik of de gevonden weken in verband kunnen worden gebracht met de momenten waarop lokaal voor het eerst beleid werd vastgesteld. Ik behandel de jurisdicties in de volgorde waarin daar de eerste COVID-19 dode werd geregistreerd en geef de week waarin de curve gaat afwijken (en de duur in weken tussen die beide). Als bron gebruik ik, als eenvoudig burger, de jurisdictie-gerelateerde COVID-19 bijdragen van Wikipedia.

Fig, 1 Gecalibreerde waarden voor het toetsen van aforisme I

wk 4-6 (2): 11 februari – China. Achteraf bezien heeft China het virus vermoedelijk niet herkend op het moment dat het zich openbaarde (waarschijnlijk medio december 2019). Dat kon ook niet veel anders: het ging om een nieuw virus. Wel is al vroeg gevreesd dat het om een SARS-achtig virus ging. De gezondheidsautoriteit van Wuhan maakte op 31 december bekend dat daar zich een cluster van gevallen van een nog onbekende longontsteking had voorgedaan. De eerste dode werd eind januari geregistreerd. Een lockdown word op 24 januari afgekondigd. Per 25 januari waren de nieuwjaarsfestivals gecanceld. Dat is twee-een-een-halve week voordat de gevolgen zichtbaar worden in de vergelijking van de curve van geregistreerde doden met het hockystickmodel en in overeenstemming met mijn aforisme. Er is, als in veel landen, incoherent gereageerd op (de ontdekking van) het virus en op hoe daarvoor te waarschuwen: dr. Li Wenliang, werd door de politie verboden valse informatie te verspreiden en stierf zelf aan het virus op 7 februari, op dezelfde dag dat een andere ontdekker van het virus (en en die daar ook voor waarschuwde), mevrouw dr. Zhang Jixian, daarvoor werd gedecoreerd door het bestuur van Hubei.

wk 8-10 (2): 10 maart – Zuid-Korea. Zuid-Korea is een ander verhaal. Er zijn nauwelijks door de regering verordonneerde lock-downs geweest, maar wel adviezen en een aanmerkelijke en breed gedeelde zorg voor het zich verspreiden van de pandemie onder de bevolking. De aandacht is vooral gericht op ondersteunende maatregelen (testen, distancing, mondkapjes, temperatuurmetingen, quarantaine van wie symptomen heeft, contactanalyses). In de drie dagen die volgden op 18 februari liepen de aantallen geregistreerde besmettingen exponentieel op in en rond Daegu. De bron werd teruggeleid naar een religieuze bijeen komst van de Shincheonji beweging. Die explosie heeft een grote indruk gemaakt. Het lijkt erop dat het adopteren van de maatregelen vanuit het volk zelf is gekomen. Voor zover ik kan nagaan ondersteunt de regering met testen en contact-onderzoeken en met het beschikbaarstellen van quarantainehotels. Als de Daegu-uitbraak een kantelmoment is geweest past daarbij dat een maand later de curve weer gaat afwijken. Maar veel aannemelijker is dat die uitbraak voorviel in een omgeving die al leefde onder de aanvaarding van de maatregelen op basis van wat inmiddels bekend was over de Wuhan uitbraak in China. Wat is gebeurd in Zuid-Korea komt dus niet overeen met mijn aforisme I.

wk 9-14 (5): 7 april – de VS. De Amerikaanse uitbraak werd op 31 januari uitgeroepen tot risico voor de volksgezondheid. Er werden beperkingen opgelegd aan vluchten die vanuit China aankwamen, maar tegelijkertijd bagatelliseerde president Donald Trump de dreiging van het virus en beweerde dat de uitbraak onder controle was. Echter, op 13 maart riep president Trump een federale noodtoestand uit. Op 17 april keurde de federale regering het uitroepen van de noodtoestand voor alle staten en territoria goed. Ik acht de bestuursreacties van de VS vrij incoherent. Maar als er een eerste reguleringsmoment is dat geldt voor de federatie dan valt dat op 13 maart. Dat is ruim drie weken voor 7 april, wat niet in strijd is met mijn aforisme.

wk 10-16 (6): 21 april – Brazilië. De pandemie heeft geleid tot een verscheidenheid aan reacties van federale, staats- en lokale overheden, met gevolgen voor de politiek, het onderwijs, het milieu en de economie. Op 27 maart kondigde Brazilië een tijdelijk verbod op buitenlandse luchtreizigers aan en de meeste gouverneurs van de staat hebben quarantaines ingesteld om de verspreiding van het virus te voorkomen. Op 18 maart hadden Rio de Janeiro en vijf andere gemeenten – São Gonçalo, Guapimirim, Niterói, Nova Iguaçu en Mesquita – in de staat Rio de Janeiro de noodtoestand uitgeroepen om het coronavirus te helpen beheersen. Onder de genomen maatregelen waren het verbod op interstatelijke reizen en de beperking van artikelen die op de markten werden gekocht. Op 21 maart steeg het aantal gevallen in São Paulo met bijna 40% in twee uur tijd. Het sterftecijfer nam in de periode ook toe. De staat vaardigde een lock-down uit voor niet-essentiële bedrijven, die liep van 24 maart⁠ tot en met 7 april. 21 april (het aforisme-moment) is bijna vier weken na de eerste effectieve regulering in Brazilië. Geen anomalie. Ondanks de wereldwijde impact van COVID-19 en herhaalde waarschuwingen van gezondheidsdeskundigen en organisaties, heeft president Bolsonaro de ernst ervan routinematig gebagatelliseerd. Hij heeft de dreiging van COVID-19 beschreven als overdreven en als een ‘fantasie’ gecreëerd door de media.

wk 10-14 (4): 7 april – het VK. De overheid gaf mensen op 23 maart de opdracht om thuis te blijven, met uitzondering van essentiële aankopen, essentiële zakenreizen (als werken op afstand niet mogelijk was). Veel andere niet-essentiële activiteiten, waaronder alle openbare bijeenkomsten en sociale evenementen behalve begrafenissen, waren verboden, en veel soorten winkels moesten worden gesloten. (De Health Protection (Coronavirus, Restrictions) (England) Regulations 2020 werd drie dagen later, op 26 maart, van kracht.) 7 april (het aforisme-moment) is twee weken na de eerste effectieve regulering in het VK. Geen anomalie.

wk 10-14 (4): 7 april – Duitsland. Sinds 13 maart wordt de pandemie beoordeeld als in de beschermingsfase (volgens een van tevoren opgesteld plan), waarbij Duitse staten de sluiting van scholen en kleuterscholen verplichten, academische semesters uitstellen en bezoeken aan verpleeghuizen om ouderen te beschermen, verbieden. 7 april (het aforisme-moment) is dus ruim drie weken na de eerste effectieve regulering in Duitsland. Geen anomalie.

wk 11-16 (5): 21 april – Ierland. Op 12 maart sloot de regering alle scholen, hogescholen, kinderopvangfaciliteiten en culturele instellingen en adviseerde grote bijeenkomsten af te gelasten. Op 24 maart waren bijna alle bedrijven, faciliteiten en voorzieningen gesloten. Maximaal vier personen waren per bijeenkomst toegestaan. Drie dagen later, op 27 maart, legde de regering een blijf-thuis verplichting op, waarbij alle niet-essentiële reizen en contacten met mensen buitenshuis (inclusief familie en partners) werden verboden. 21 april (het aforisme-moment) is zes weken na de eerste voelbare, maar vier weken na de eerste effectieve regulering in Ierland. Geen anomalie.

wk 11-14 (3): 7 april – Nederland. De regering kondigde op 12 maart nieuwe maatregelen aan die tot het einde van de maand van kracht zullen zijn. Alle evenementen (concerten, sport) en alle bijeenkomsten met meer dan 100 personen zijn nu verboden en het RIVM stimuleert mensen om vanuit huis te werken. De beperking geldt ook voor musea. Alle Nederlandse universiteiten schorsen het fysieke onderwijs tot 1 april, maar het online onderwijs gaat door. Scholen blijven open. 7 april (het aforisme-moment) is ruim drie weken na de eerste effectieve regulering in Nederland. Geen anomalie.

wk 13-16 (3): 21 april – Zuid-Afrika. Op 15 maart verklaarde de president van Zuid-Afrika, Cyril Ramaphosa, de noodtoestand en kondigde maatregelen aan zoals onmiddellijke reisbeperkingen, en de sluiting van scholen vanaf 18 maart. Op 17 maart werd de National Coronavirus Command Council opgericht om de aanpak van het land te leiden met het oog op het indammen van de verspreiding en de negatieve gevolgen van het coronavirus. Op 23 maart werd een nationale lock-down aangekondigd, die inging op 27 maart 2020. 21 april (het aforisme-moment) is ruim drie weken na de eerste effectieve regulering in Zuid-Afrika. Geen anomalie.

Dit overzicht maakt het nodig om aforisme I nader te bezien. Dat doe ik elders.