(1873) Friedrich Nietzsche en waarheid (@proxytruth)

  • log

Misschien wel de belangrijkste kwestie die moet worden aangesneden door wie met speelgoedwerelden zijn kennis wil aanvullen is die van de methode waarin we een serieuze plaatsvervanger voor @realtruth kunnen vinden.

Dat is een kwestie waarmee ik al lang in mijn maag zat en waarover ik (helemaal geen Nietzsche-kenner en voor zover ik iets van zijn overman-ideaal begrijp ook helemaal geen Nietzsche-fan) toch door een stuk van Nietzsche van mijn sokken werd geblazen.

Het was ergens in 1995 toen ik het las. Het nagelde mijn neiging tot vergoelijken van het negeren van details aan de paal. Het lezen deed me beseffen dat daarmee iets niet in orde is. Het stuk is uit 1873, overal te vinden op internet (ook in Kaufmann’s vertaling, in de Portable Nietzsche) en heet On Truth and Lie in an Extra-Moral Sense.

Het stuk heeft voldoende indruk gemaakt om een plek in Wikipedia te verdienen. Ik geef de twee citaten die daarin naar voren worden gehaald:

Every word immediately becomes a concept, in as much as it is not intended to serve as a reminder of the unique and wholly individualized original experience to which it owes its birth, but must at the same time fit innumerable, more or less similar cases—which means, strictly speaking, never equal—in other words, a lot of unequal cases. Every concept originates through our equating what is unequal.

en

What then is truth? A mobile army of metaphors, metonyms, and anthropomorphisms—in short, a sum of human relations which have been enhanced, transposed, and embellished poetically and rhetorically, and which after long use seem firm, canonical, and obligatory to a people: truths are illusions about which one has forgotten that this is what they are; metaphors […]

Ik laat het laatste deel van het als tweede gegeven citaat voorlopig even weg, niet alleen omdat het een aanbeveling is tot deconstructief denken, maar vooral omdat het avant la lettre een moreel negtief oordeel geeft over de betekenis van Durkheim’s mechanische solidariteit als de kracht die de dingen samenbindt die dezelfde karakteristieken hebben en houden. Het tweede citaat wordt door Nietzsche namelijk afgesloten met:

[…] metaphors which are worn out and without sensuous power; coins which have lost their pictures and now matter only as metal, no longer as coins.

Hier schiet Nietzsche als wetenschappelijk denker tekort en verbindt zijn persoonlijke Dionysische voorkeuren met afkeer van gemiddelden en ingesleten zegs- en denkwijzen zonder na te gaan of en zo ja wanneer daaraan bij kennisverhalen de voorkeur kan of zelfs moet worden gegeven. Dat Nietzsche als filosoof op groepsbinding neerkijkt lijkt onvoldoende grond om dat criterium voor het beoordelen van de kenniswaarde van metaforen over een pandemie over te nemen. Nietzsche richt zich bij het beoordelen van @realtruth op de sensitieve, autonome zelfstandige, Durkheim op de sociaal ingebedde individu.

En daarmee ligt het eigenlijke probleem op tafel: als we het qua kennis moeten doen met illusies en metaforen die @realtruth proberen na te bootsen, hoe vinden we daarvan dan de beste in een wereld die bevolkt wordt door mensen met verschillende karakters? Ik denk dat dat een politieke kwestie is, een kwestie van omstandigeden én van weten én van wegen én van ervaring én van terugkoppeling.

Nietzsche’s stuk over de leugen in buiten-morele zin leidt tot het besef dat bij het modelleren van speelgoedwerelden ermee moet worden gerekend dat @realtruth niet bestaat en dat er van @proxytruths meerdere versies bestaan die afhangen van wie hem ervaren en/of creëren en in welke situaties.